Klapschaatsen

Heb je nog niet eerder geschaatst, of heb je geen idee wat voor schaatsen je moet aanschaffen? Hier wat informatie over de verschillende soorten schaatsen die er op de markt zijn.

Houtjes / Friese doorlopers
Natuurlijk zijn er de aloude 'Houtjes' waar men van origine op schaatste. De schaatsen zijn gemaakt van hout met een ijzer eronder. Tegenwoordig zijn er allemaal nieuwe hippe klapschaatsen met gewatteerde schoenen, maar sommige mensen blijven zweren bij de houtjes.

Het voordeel van deze schaatsen is dat je er met elke willekeurige (warme) schoen op kan stappen. Na bevestigen van hakleer en teenriemen, kun je wegrijden.

Kunstrijschaatsen/ ijshockeyschaatsen
Wil je niet op houtjes aan de slag dan kun je overwegen op een kunstijsschaats of ijhockeyschaats aan de slag te gaan. Het voordeel van deze schaatsen is dat ze veel steun aan de enkels bieden. Dus als je zwakke enkels hebt, kun je deze schaatsen gebruiken. Ze zijn meer gericht op korte afstanden en 'spelen' op het ijs, dus figuren maken (kunstschaatsen) of het spelen van ijshockey. De kunstrijschaats is hol geslepen en heeft een aantal zaagvormige tanden bij de punt, als hulpje bij het maken van rondjes en sprongen.

Noren
Voor de mensen die uit het skaten/ skeeleren komen en die van duursport houden is er uiteraard de bekende 'Noor'. Noren zijn er in hoog en laag model. Dat duidt niet op de hoogte van de schoenen, maar de hoogte van de schoen tot de ijzers. Hoe hoger de Noor, hoe harder je op de schaats kunt rijden, maar hoe zwaarder het is voor de enkels. Je moet over aardig wat techniek beschikken om op hoge noren lekker uit de voeten te kunnen. Het voordeel van hoge noren is dat je minder snel water en sneeuw in en tegen je schoenen aan krijgt.

De combinoor
Tegenwoordig heb je ook nog weer de keuze uit een hoge of lage schoen. De combinoor is eigenlijk een combinatie van een noor en een skischoen. Bij de keuze voor een hoge en stevigere schoen, krijg je minder snel last van je enkels. Je hebt echter ook minder bewegingsvrijheid en dat gaat ten koste van je techniek.

De klapschaats
Een beetje schaatser rijdt tegenwoordig op een klapschaats. Het ijzer scharniert bij de bal van je voet. Door het scharnieren houd je langer contact met het ijs bij het afzetten, waardoor je meer vaart maakt. De schoen is bij het strekken van het been van het ijs, maar de schaats nog niet. Je geeft eigenlijk een 'Klap na' bij de afzet, vandaar ook de naam klapschaats. Wil je hier echt voordeel van hebben, dan moet je wel over een goede schaatstechniek beschikken.

De Zweedse klapschaats ofwel kabouterschaats
Voor mensen die een Elfstedentocht, of andere lange toertocht willen gaan schaatsen, zijn er speciale toertochtschaatsen te koop. Deze schaatsen zijn wat comfortabeler gemaakt voor de langere afstanden. Denk bijvoorbeeld eens aan de warme langlaufschoen die via hetzelfde mechanisme aan de langlaufski als aan het ijzer wordt bevestigd. Een klapschaats dus, maar met warme langlaufschoenen die sneeuw en ijs buiten houden en meer steun geven aan de enkels. Op natuurijs kan de uitrusting worden uitgebreid met stokken, ijspriemen, reddingsklos en ijsstok. Met name in Zweden worden zo lange tochten door de natuur georganiseerd. Vandaar de naam 'Zweedse-klapschaats'. Door professionele schaatsers wordt een beetje neergekeken op dit type comfortabelere schaatsen en ze worden wel 'kabouterschaatsen' genoemd.
Omdat de ijzers soms niet helemaal terugklappen naar de schoen, worden schoen en ijzer soms met elkaar verbonden door een elastiekje, een zogeheten SiSKaS-elastiekje (Silent SKate System).

Meer informatie: http://www.almgrens.nl/

De Shorttrackschaats
Shortrackschaatsen vindt plaats op een hele kleine baan (ijshockeybaan) met scherpe(re) bochten dan de normale ijsbanen waar geschaatst wordt. Shorttrackschaatsen zijn hele hoge Noren waarbij de ijzers een kromming bevatten. Dit heeft als doel om korte, scherpe bochten te kunnen maken op de baan. De schaats voelt hierdoor stabieler aan en maakt geen 'klompachtig' geluid.

SchaatsApp.nl op Facebook