Column: Kabouter debuteert op de Alternatieve op de Weissensee

Gepost door SchaatsApp.nl op vrijdag 30 december 2011 08:40

Vorig jaar was ik als hardloper getuige van de alternatieve Elfstedentocht in Zweden, de Orsa200k, waar ik mijn vriendin coachte. Ik zag 65 mensen hun ijzers onderbinden en starten; 26 finishten er slechts onder barre omstandigheden. Ik schreef er een artikel over voor IJs Magazine en eindigde met de gevleugelde woorden: volgend jaar ben ik erbij. Het schaatsvirus had me in zijn greep, en zo geschiedde.

De uitrusting
Het is oktober, begin van het schaatsseizoen als ik mijn contacten aanboor en een paar ijzers op de kop tik. Wouter Janse, de uitvinder van het Silent Skate System (Siskas), de ‘elastieken’ die de schaats naar de schoen terugbrengen, heeft een paar ijzers van 45cm voor me liggen die geschikt zijn. Ik moet alleen de neuzen laten opslijpen, zodat ze geschikt zijn voor natuurijs (lees: uit de spleten rijden). Via Almgrens, specialist in het schaatsen op natuurijs, bestel ik een paar tweedehands schoenen, de Salomonschoen Active 9 Skate. Zowel ijzers als schoenen bevallen uitstekend en de schoenen geven voldoende warmte en vooral steun aan mijn ‘losse’ enkels.
Vriendin draait elke maandag haar training op Triavium, de ijsbaan in Nijmegen. Dinsdag doet ze zelf haar rondjes; dinsdag wordt ook mijn trainingsavond.

De eerste training
Sinds mijn 13e heb ik niet meer op schaatsen gestaan, met name vanwege de genoemde enkelproblemen. Gelukkig bestaan tegenwoordig de beschermende ‘Salomons’, waarmee je zowel kan schaatsen als langlaufen. Door profs wordt het de ‘kabouterschaats’ genoemd. Weifelend doe ik dan ook mijn eerste rondjes op Triavium, op de kabouterschaatsen, met bijpassende muts. De eerste training leert mij twee dingen. Het wordt nog hard werken de komende maanden voordat ik op 29 januari van start ga, maar daarnaast: schaatsen verleer je niet. Na anderhalf uur prutsen kan ik zowaar een beetje snelheid maken en kom ik rond.

Techniek
Zo draai ik een aantal weken mijn ronden. De ene week ligt de focus op balans, het ‘achterop de schaats rijden’, door met mijn handen tegen elkaar voor mijn neus in de rondte te rijden (en dat met mijn kabouterschaatsen en muts…). De andere week ligt de nadruk op het bochtenwerk. Met name luister ik naar de tips van een man die zijn rondjes op ‘houtjes’ rijdt, maar die moeiteloos met de snelste ‘klappers’ mee kan. Ik luister gebiologeerd en knoop alles in mijn oren. ‘Ik wil je niet meer horen in de bochten’, zegt hij dreigend, waarop ik een geruisloze kabouter wordt. Dan vervolgt hij ‘ik wil dat je in de bochten je rechterbeen er niet overheen tilt, alsof je over een hekje stapt; je houdt de punt aan het ijs’. Zo al stuntelend, maar vooral observerend en luisterend, ervaar ik elke week 100% progressie.

Visualiseren
Als ervaren sporter, weet ik wat het belang is van visualisatie. Ik kijk dus goed naar de toppers en aap na. Het is een genot op naar mijn leermeester op houtjes te kijken en elke nacht, in mijn bed, volg ik hem kilometerslang, elke beweging minutieus imiterend. Ook op de baan volg ik op de voet de mensen die ik nét kan volgen. Volgens mij ziet het er dan ook goed uit; vriendin ziet echter geen verbetering en klapt me snoeihard voorbij op de baan.

Analyse trainingen
Dan een innovatie die me verder op weg helpt. Op Triavium ligt een TimePoint van ChampionChip, een systeem dat via een chip op de enkel, op een groot display je rondetijden weergeeft. Meteen schaf ik een chip aan, want ik zie hiervan duidelijk de toegevoegde waarde. Elke verandering in mijn techniek en balans, heeft een effect op de rondetijden.

Het natuurijsgevoel creëren
Naast de reguliere baantrainingen, werk ik in het bos mijn fietstrainingen af om de spieren te sterken. Van oktober tot de week voor de tocht probeer ik elke week ongeveer twee uur op de ATB door het bos te rijden.
Dan volgen de laatste twee belangrijke trainingen op FlevOnice, de langste buitenijsbaan ter wereld. Deze baan van 5 km biedt mij de ongekende mogelijkheid om mijn natuurijscapaciteiten te testen (wel jammer dat hier geen TimePoint ligt). De eerste keer dat ik me hierop het ijs begeef, tijdens de natuurijsperiode in ons land en één week na de opening van de baan, ben ik euforisch. Ik knal 75 kilometers over de baan en heb eindelijk de ruimte om ‘in mijn slag’ te komen, zonder telkens op hinderlijke bochten te stuiten. Ik kan mijn vriendin die al jaren schaatst moeiteloos volgen. Twee belangrijke lessen die ik meeneem uit deze training: diepzitten als het zwaar wordt en aanpikken bij de juiste treintjes en proberen ontspannen in de slag mee te gaan. Na deze training weet ik het zeker: het zit goed. Weissensee here I come!

Wedstrijddag
Om exact 7 uur sluit ik aan in de lange rij, terwijl de eerste zonnestralen achter de bergen gloren. Een harde knal en ik mag los. Het ijs is uitstekend (zwarte plaat) en de eerste ronden van 16,6 km vlieg ik over het ijs. Een vriendin van me heeft angst om in treintjes te rijden; gelukkig ik niet, want het is een nerveuze aangelegenheid, die eerste 100 km. Alles krast en klapt door elkaar; 50, 100 en 200 km. Dit komt me gelukkig bekend voor van de trainingen o de ijsbaan in de kerstvakantie: druk! Ik ken geen angst om te vallen en val daarom waarschijnlijk ook niet. Het is wel zaak scherp en geconcentreerd te blijven rijden, maar dat ken ik ook uit het hardlopen en fietsen.

Je wereld klein maken
Telkens focus ik me op de volgende drinkpost of bekende supporter. Door je belevingswereld klein te maken en je te richten op doelen die dichtbij (lees: haalbaar) zijn houd je moed en weet je jezelf te blijven motiveren. Elke ronde eet ik een Squeezy, gelzakje met veel koolhydraten, om een hongerklop voor te zijn. Tot mijn verbazing blijk ik onder het peloton een van de weinigen te zijn die fatsoenlijk zijn bochten rijdt. Mijn baantrainingen hebben resultaat gehad en weinig natuurijsrijders blijken te beschikken over een geoliede bochtentechniek.

Knikkerijs
Daar waar in de ochtend sprake is van een zwarte plaat, doet nu de term kaasschaafijs zijn intrede. Door de zon heeft zich een brosse laag ijs gevormd waar je doorheen moet klunen. Als je valt lig je ‘open’. Ik heb een flashback naar Zweden vorig jaar, waar de term vaargeulenijs opborrelde en schaatslegende Jan Roelof Kruithof het had over het zwaarste ijs uit zijn carrière. Insiders spreken hier nu over het zwaarste ijs in 20 jaar op de Weissensee. Ik heb het gevoel alsof ik als kabouter op zevenmijlslaarzen aan het roeren ben in een bak knikkers en introduceer daarom nu de term knikkerijs©

Mijn doorkomsttijden
Ronde Rondetijd Totaaltijd
16 km 40.29 40.29
33 km 40.52 1.21.21
50 km 39.39 2.00.59
66 km 41.36 2.42.34
83 km 47.09 3.29.43
100 km 48.20 4.18.02
116 km 53.43 5.11.44
125 km 29.21 5.41.05

Een pijnlijke rug en een lekkende kin
Na 125 kilometer gaat het mis. Het zal een combinatie zijn van een scheur en het aantikken van de schaats van degene die ik inhaal, die me met een rotsmak de hardheid van het ijs doet verkennen. Mijn kin vangt de landing op en na enkele kilometers ‘lekkend uit de kin’ moet ik op de EHBO-post worden gehecht. Ik krijg meteen een camera in mijn neus geduwd en figureer later in de documentaire op SBS6, alleen niet op de manier die ik in gedachte had.

Toch vormt mijn kin niet echt de aanleiding voor het staken van de tocht. Het zijn de pijn in mijn rug en de kramp in mijn bovenbenen die me doen besluiten te stoppen. Een gooi naar de 200 km van een hardloper die te weinig specifieke rugoefeningen heeft gedaan, en dat is meteen de belangrijkste les uit mijn relaas.

Volgend jaar rijd ik hem uit.

Tips voor debutanten
  1. Doe specifieke schaatsoefeningen voor bovenbenen en rugspieren
  2. op FlevOnice (5km) om het natuurijsgevoel te krijgen
  3. Draag goede bescherming voor knieën, maar met name de kin
  4. Neem tijdig Squeezy’s, gelzakjes met voldoende energie voor een uur, om hongerklop voor te zijn
  5. Vaseline beschermt, maar ademt niet, waardoor warmtestuwing kan ontstaan
  6. Abonneer je op de sms-service; je kan iedere ronde je verwachte finishtijd zien en je weet of je tijdig de laatste ronde ingaat, dit geeft rust
  7. Volg een treintje, bijvoorbeeld de ‘Wesselstrein’, waarvan insiders zeggen dat ze altijd op tijd de laatste ronde ingaat
  8. Diepzitters vangen minder wind
  9. Laat de punten van je ijzers opslijpen zodat je makkelijk door spleten kunt rijden
  10. Maak je belevingswereld klein; nog maar 2 km naar de volgende drinkpost versus het is nog 180 lange kilometers

---

Geschreven in 2008 door Jan Fokke Oosterhof ׀ www.bestaansverwondering.com


SchaatsApp.nl op Facebook